Als monteur laagspanning werk je aan het net dat stroom naar woningen en bedrijven brengt. Je maakt aansluitingen, zet moffen en lost storingen op. Dat werk is niet zonder gevaar. Daarom vragen opdrachtgevers om certificaten en een aanwijzing. Welke precies, verschilt per opdracht en per netbeheerder. Hieronder lees je welke papieren vaak gevraagd worden en waarom.
VCA: de basis voor veilig werken
VCA gaat over veiligheid, gezondheid en milieu op de werkplek. Met het diploma B-VCA (basisveiligheid) laat je zien dat je gevaarlijke situaties herkent en weet hoe je ze voorkomt. Werk je bij een bedrijf met een VCA-certificaat, dan is B-VCA verplicht. Dat geldt ook voor tijdelijke krachten en zzp'ers.
Geef je leiding op de werkplek, of werk je als zzp'er als onderaannemer voor een VCA-gecertificeerd bedrijf? Dan is VOL-VCA bedoeld. Beide diploma's zijn tien jaar geldig.
NEN 3140 of BEI BLS?
NEN 3140 is de norm voor veilig werken aan elektrische installaties tot 1000 volt wisselspanning. Werkgevers gebruiken de norm om aan de arbowetgeving te voldoen.
Voor hun eigen laagspanningsnet hebben de netbeheerders de BEI BLS, vastgesteld door Netbeheer Nederland. Die is gebaseerd op NEN 3140 en geldt voor alle netbeheerders en alle aannemers die in die netten werken. Ga je werken in het openbare net, dan heb je dus een persoonscertificaat op basis van de BEI BLS nodig. In de industrie worden certificaten volgens NEN 3140 gebruikt.
Het persoonscertificaat haal je met een examen. Het is drie jaar geldig, dus verleng het op tijd. Let op: een bewijs van deelname aan een NEN 3140-training is iets anders. Volgens NEN heeft zo'n bewijs zelf geen geldigheidsduur. Wie erom vraagt, bepaalt hoe recent je training moet zijn.
De aanwijzing van je werkgever
Een certificaat alleen is niet genoeg. Je hebt ook een schriftelijke aanwijzing nodig. Daarin staat welk werk je mag doen. Volgens de BEI BLS heb je daarvoor in ieder geval nodig:
- een persoonscertificaat;
- algemene arbocertificaten, zoals VCA;
- voldoende ervaring;
- een opleiding in levensreddende eerste hulp, als je samen met anderen op de werkplek werkt.
Je werkgever beoordeelt of je hieraan voldoet. Voor laagspanning zijn er verschillende aanwijzingen. Een VP LS-aansluiting legt nieuwe aansluitingen aan. Een VP LS-netten doet al het montagewerk in de laagspanningsnetten, aansluitingen inbegrepen. Een AVP LS-distributie mag al het werk doen in stations, netkasten en netten. Meer over de verschillen lees je in het artikel over VOP, VP en AVP.
Waarom zijn deze papieren nodig?
Bij werk aan elektrische installaties loop je risico op een elektrische schok, een vlamboog of brand. Daarom zegt de wet (Arbobesluit, artikel 3.5) dat alleen deskundige, voldoend onderrichte en bevoegde mensen dit werk mogen doen. Je certificaten laten zien wat je kunt. Je aanwijzing maakt je bevoegd.
Het verschilt per opdracht
Welke papieren je nodig hebt, hangt af van de opdracht. Netbeheerders kunnen naast de BEI BLS eigen procedures hebben. Een opdrachtgever mag ook eigen eisen stellen. En niet al het werk valt onder de BEI BLS. Graven en kabels in de grond leggen bijvoorbeeld niet. Ook nieuwe delen die nog niet op het net zijn aangesloten en nooit onder spanning stonden, vallen erbuiten. Zodra de voorbereiding begint om ze aan te sluiten op het bestaande net, geldt de BEI BLS wel. Kijk dus altijd bij de opdracht wat er gevraagd wordt.
Bij Chaara geef je bij je aanmelding aan welke certificaten je hebt; bij de kennismaking nemen we ze samen door.